De dumbbell row is een van de meest praktische oefeningen om je rug sterker te maken. Je hebt alleen een dumbbell en een stevige bank of stoel nodig, dus hij werkt in de sportschool en thuis even goed. Omdat je per arm traint, merk je snel of je linker- en rechterkant even sterk zijn.
Veel mensen trekken het gewicht vooral met hun arm omhoog en voelen de oefening dan in hun biceps in plaats van in hun rug. Met een paar kleine aanpassingen in houding en tempo verandert dat. Hieronder lees je hoe je de oefening opbouwt, welke spieren meedoen en hoe je hem lastiger of juist makkelijker maakt.
In het kort
- De row traint vooral je brede rugspier, de spieren tussen je schouderbladen en de achterkant van je schouder.
- Houd je rug neutraal, trek je elleboog richting je heup en laat het gewicht gecontroleerd zakken.
- Begin licht: 3 sets van 8 tot 12 herhalingen per arm is voor de meeste mensen een goed startpunt.
- De single arm variant met steun op een bank is het veiligst voor beginners en mensen met een gevoelige onderrug.
Wat is een dumbbell row?
Een row is een trekoefening: je trekt een gewicht vanaf gestrekte arm naar je romp toe. Bij de dumbbell versie doe je dat met een losse halter, meestal met één arm tegelijk terwijl je met je andere hand en knie op een bank leunt. Die steun haalt veel spanning van je onderrug en laat je focussen op de beweging van je schouderblad.
Trekoefeningen zijn een goede tegenhanger van alles wat je duwt, zoals push-ups en bankdrukken. Wie veel zit of veel borst en schouders traint, heeft vaak baat bij extra rugwerk. Dat helpt je om je schouders in een betere positie te houden en je bovenlichaam evenwichtiger te ontwikkelen.
Single arm dumbbell row of bent over dumbbell row
Er zijn twee hoofdvormen. Bij de single arm dumbbell row steun je op een bank en train je één kant tegelijk. Bij de bent over dumbbell row sta je voorovergebogen zonder steun en trek je twee dumbbells tegelijk op. Die tweede vorm vraagt meer van je onderrug en heupen, omdat je je romp zelf stil moet houden. Begin daarom met de single arm versie en stap pas over als je techniek stabiel is.
Welke spieren train je?
De row is een samengestelde oefening: meerdere spiergroepen werken tegelijk samen. Hoe je je elleboog beweegt, bepaalt welke spieren het meeste werk doen. Trek je je elleboog dicht langs je lichaam richting je heup, dan komt de nadruk op je brede rugspier. Beweeg je je elleboog verder van je lichaam af, dan doen de spieren tussen je schouderbladen en je achterste schouder meer.
| Spier | Rol in de oefening |
|---|---|
| Brede rugspier (latissimus dorsi) | Trekt je bovenarm naar achteren en naar je lichaam toe |
| Ruitvormige spieren (rhomboïden) | Trekken je schouderblad naar je wervelkolom |
| Middelste en onderste trapezius | Helpen je schouderblad naar achteren en omlaag te bewegen |
| Achterste deltaspier | Ondersteunt de trekbeweging achter je romp |
| Biceps en onderarm | Buigen je elleboog en houden de dumbbell vast |
| Rompspieren | Houden je romp stil zodat je niet draait |
Wil je de achterkant van je schouders nog gerichter trainen, dan is de row een mooie combinatie met de rear delt fly voor sterke achterste schouders. Samen vormen ze een complete basis voor een sterke bovenrug.
Zo voer je de dumbbell row goed uit
Neem voor je eerste sets een gewicht waarmee je minstens twaalf herhalingen netjes kunt doen. Zet een vlakke bank neer en leg de dumbbell ernaast op de grond. Volg dan deze stappen voor de single arm variant.
- Zet je linkerknie en linkerhand op de bank. Je rechtervoet staat iets naar achteren en opzij op de grond, met een lichte buiging in je knie.
- Maak je rug lang en neutraal: je hoofd in het verlengde van je wervelkolom, je blik schuin naar de grond. Je romp is ongeveer evenwijdig aan de vloer.
- Pak de dumbbell met je rechterhand, handpalm naar je lichaam toe. Laat je arm recht naar beneden hangen en voel een lichte rek in je rug.
- Adem uit en trek je elleboog omhoog en iets naar achteren, richting je heup. Stel je voor dat je je elleboog naar je broekzak brengt.
- Stop wanneer je elleboog net voorbij je romp komt. Houd de bovenste positie kort vast en knijp je schouderblad richting je wervelkolom.
- Laat de dumbbell in twee tot drie tellen gecontroleerd zakken tot je arm weer gestrekt is. Adem daarbij in.
- Maak al je herhalingen aan deze kant af en wissel dan van kant. Begin altijd met je zwakste kant.
Tip
Denk aan je hand als een haak en je elleboog als het deel dat trekt. Door je grip wat losser te houden, voel je de oefening sneller in je rug en minder in je onderarm.

Veelgemaakte fouten bij rug trainen met dumbbells
Bij rug trainen met dumbbells gaat het vaker mis door te veel gewicht dan door te weinig. Herken je een van deze fouten, ga dan een stap terug in gewicht en werk eerst aan je uitvoering.
- Je romp draait mee. Als je schouder en heup open draaien om het gewicht omhoog te krijgen, gebruik je momentum. Houd je borst richting de vloer en kies een lichtere dumbbell.
- Een bolle of holle rug. Je onderrug hoort neutraal te blijven. Span je buik licht aan en houd je hoofd in lijn met je rug.
- Trekken met je arm. Begint de beweging in je hand en biceps, dan doet je rug te weinig. Start met je schouderblad naar achteren te bewegen en volg dan met je elleboog.
- Je schouder kruipt naar je oor. Trek je schouder bewust omlaag en weg van je oor, anders neemt je bovenste trapezius het werk over.
- Te snel laten zakken. Het zakken is net zo belangrijk als het optrekken. Neem er de tijd voor en houd spanning op je spieren.
- Te kort bewegen. Laat je arm onderin volledig strekken, zodat je rugspieren over hun hele lengte werken.
Let op
Heb je pijn in je onderrug, schouder of elleboog tijdens of na de oefening, stop dan en laat het nakijken door je huisarts of een fysiotherapeut voordat je verder traint.
Varianten: makkelijker en zwaarder
De basisbeweging blijft hetzelfde, maar met kleine wijzigingen pas je de moeilijkheid aan. Zo blijft de oefening uitdagend naarmate je sterker wordt.
Makkelijker maken
- Staande row met steun: leun met één hand tegen een muur of tafel en sta in een lichte voorwaartse buiging. Fijn als knielen op een bank lastig is.
- Borst op een schuine bank: ga met je buik op een schuin gezette bank liggen en row met twee dumbbells. Je onderrug hoeft dan nauwelijks te werken.
- Lichter gewicht met pauze: houd bovenin twee tellen vast. Je leert zo beter voelen welke spieren werken.
Zwaarder maken
- Bent over row met twee dumbbells: geen steun, dus je romp en heupen werken harder mee.
- Langzamer tempo: drie tot vier tellen laten zakken maakt hetzelfde gewicht een stuk zwaarder.
- Kroc row: een zware variant met meer herhalingen en iets meer lichaamsbeweging, alleen voor gevorderden met een solide basistechniek.
- Ellebogen breder: met je elleboog verder van je lichaam leg je meer nadruk op je bovenrug en achterste schouder.
Sets, herhalingen en opbouw
Hoeveel je doet, hangt af van je doel en je ervaring. De Nederlandse beweegrichtlijnen adviseren volwassenen om minstens twee keer per week spier- en botversterkende activiteiten te doen. De row past daar prima in, bijvoorbeeld in een rug- of bovenlichaamtraining.
| Niveau | Sets per arm | Herhalingen | Rust tussen sets |
|---|---|---|---|
| Beginner | 2 tot 3 | 10 tot 12 | 60 tot 90 seconden |
| Gemiddeld | 3 tot 4 | 8 tot 12 | 60 tot 90 seconden |
| Gevorderd, kracht | 3 tot 5 | 5 tot 8 | 2 tot 3 minuten |
| Spieruithoudingsvermogen | 2 tot 3 | 15 tot 20 | 45 tot 60 seconden |
Kies een gewicht waarmee de laatste twee herhalingen zwaar voelen, maar je techniek nog netjes blijft. Lukt het je om in alle sets de bovenkant van je herhalingenbereik te halen, verhoog dan het gewicht een kleine stap. Heb je thuis maar één dumbbell, dan kun je ook langzamer werken of extra herhalingen toevoegen.
De row inpassen in je schema
Doe de row vroeg in je training, wanneer je nog fris bent. Combineer hem met een duwoefening zoals push-ups of dumbbell press, zodat voorkant en achterkant van je bovenlichaam evenveel aandacht krijgen. Een voorbeeld voor een korte thuistraining:
- Goblet squat: 3 sets van 10 tot 12
- Push-ups of dumbbell press: 3 sets van 8 tot 12
- Single arm row: 3 sets van 10 per arm
- Rear delt fly: 2 sets van 12 tot 15
- Plank: 3 keer 20 tot 40 seconden
Zo maak je de row vandaag al beter
Pak een lichter gewicht dan je denkt nodig te hebben, steun goed op een bank en focus op je elleboog richting je heup. Film jezelf een keer van opzij om te zien of je romp stil blijft. Met een paar weken consequent oefenen voel je de oefening steeds duidelijker in je rug, en dat is precies waar je hem wilt voelen.
Veelgestelde vragen over dumbbell row
Je traint vooral je brede rugspier, de spieren tussen je schouderbladen en de achterkant van je schouders. Je biceps, onderarmen en rompspieren helpen mee. Hoe je je elleboog beweegt, bepaalt waar de nadruk ligt.
Kies een gewicht waarmee je 8 tot 12 nette herhalingen per arm haalt, waarbij de laatste twee zwaar voelen. Draait je romp mee of kun je het gewicht niet gecontroleerd laten zakken, dan is het te zwaar.
De variant met steun op een bank belast je onderrug relatief weinig, maar bij bestaande klachten is het verstandig eerst advies te vragen aan je huisarts of een fysiotherapeut. Stop als de oefening pijn doet.
Bij de single arm versie steun je op een bank en train je één kant tegelijk, wat stabiel en rugvriendelijk is. Bij de bent over versie sta je zonder steun voorovergebogen met twee dumbbells, wat meer vraagt van je onderrug en heupen.
Twee keer per week is voor de meeste mensen voldoende om sterker te worden. Zorg voor minstens een dag rust tussen zware rugtrainingen, zodat je spieren kunnen herstellen.



